Corona: Benauwd door het mondneuskapje

Beantwoord vraag
0
0

Ik moet het mondkapje over mond en neus houden. Ik word er benauwd van. Waarom? Door zuurstoftekort? Wat kan ik doen?

Opgelost
Gemarkeerd als spam
Geschreven door
Gevraagd op 2 september 2021 21:54
619 Bekeken
Voeg commentaar toe
0
Privé antwoord

Wel: als je man gezond is, vraag hem het mondneusmasker (MNM) om te houden terwijl hij een film kijkt, leest, wandelt of muziek hoort. Er is grote kans dat hij er snel aan went. Bij mensen met zieke longen (COPD of emfyseem) is er te weinig longweefsel en is de patiënt in rust zonder MNM al benauwd. Een masker kan dat mogelijk verergeren, maar biedt het voordeel warmere, iets vochtiger, schonere lucht aan te bieden. Als ook extra zuurstof door het masker komt, helpt dat de benauwdheid te verminderen. (Zie: zuurstof). Maar dan wordt vaak een ‘neusbrilsysteem’ gebruikt, met korte pijpjes in de neusgaten.
De maskers moeten fijne deeltjes (stof, druppeltjes) tegenhouden, zodat die minder in- en uitgeademd worden. Uiterst fijne deeltjes kunnen nog wel langs de barrière in- en uitstromen. De bescherming is nooit 100%.
Als je man sneller en/of dieper gaat ademen dan nodig is, is er misschien hyperventilatie (zie: hyperventilatie).
Er is geen gouden tip. Wel wordt gesuggereerd traag – in zes seconden – in te ademen en in acht seconden uit te ademen, eerst zonder en dan met masker. Dit is vrij lastig, maar zodra je het kan, blijkt vaak dat het masker geen probleem meer is.
Verdere toelichting: MNMs zijn belangrijk bij besmettelijke ziekten. We bedoelen dus altijd een kapje over mond en neus (‘facemask’ in het Engels). Je mag geen neus zien of tonen. Dit komt zo: bij het uitademen kunnen veel virusdeeltjes naar buiten komen, door je mond en je neus; dit uiteraard bij een virusdrager of patiënt. Bij het inademen komen ze tot in de longen, door de neus en door de mond, dit geldt ook gezonde mensen. Je mond is vaak dicht; door praten en vooral hijgen, schreeuwen, roepen brengt een drager of zieke (heel) veel deeltjes in de lucht. Als gezonde mensen schreeuwen en zingen zullen ze ook diep inademen om voldoende lucht te krijgen. Dan krijg je extra veel virusdeeltjes binnen, als je in besmet gebied bent. Een MNM is buiten niet nodig als je minstens drie meter afstand bewaart. Houdt rekening met de richting van de wind en luchtstroom. Of neem een gelaatsmasker, met een band om je hoofd; de lucht komt met een omweg van en gaat naar beneden. Als je onderaan er ook nog een zakdoek aan vast hecht, beschermt het nog beter. Die zakdoek verschoon je regelmatig. Sommigen dragen dat gelaatsmasker ‘omgekeerd’, dan komt de lucht van en gaat naar boven. Zo is het gebied om je neus vrij van contact. Het masker kan in zeldzame personen huidproblemen geven. Vaseline op de huid helpt niet altijd en is plakkerig.
Veel mensen werken uren met een stofkapje: timmerlui, schilders, slopers, kappers, verzorgers, auto-spuiters, gevechtspiloten. Bij problemen kan je een drie-lagen synthetisch kapje proberen. Er zijn haast geen mensen die een vak verlaten omdat ze te benauwd worden van het kapje. Zij die van hun arts een verklaring hebben dat ze geen kapje verdragen, moeten zonder kapje zich op een andere manier beschermen of de risico’s aanvaarden; bv. een gelaatsmasker.
Een aerosol is over het algemeen een wolk van heel fijne deeltjes of druppeltjes. Aerosolen kunnen corona bevatten en maskers kunnen dus toch virus doorlaten. Een masker verkleint het risico. Bij heel sterke besmettelijkheid (omicron) moet je hoge eisen aan het masker stellen: FFP3 biedt 98% bescherming. De gewone maskers voor de supermarket beschermen bv. 85%, afhankelijk van goed gebruik. Het valt op hoe veel mensen hun masker verkeerd gebruiken en zo geen bescherming hebben. Als het masker gemakkelijk verschuift, kan je kijken of twee maskers over elkaar prettiger draagt.
Er zijn veel soorten masker, afhankelijk van de taak (bladblazen, grote chirurgische ingrepen, werken in een virologisch laboratorium, etc.). Het ‘goedkope’ masker uit de winkel laat voldoende lucht langs de kanten toe en ademt gemakkelijk. Een operatiemasker sluit beter af FFP2 – beschermt 92%; de lucht stroomt er lastiger door en omheen, het ademen gaat zwaarder en kost energie. Dit is een deel van de forse belasting van de bij grote operaties. Maar daar gaat de luchtstroom van de patiënt af. Altijd moet met ventilatie en afstand rekening worden gehouden.
Veel baby’s hebben een reflex: als ze een kapje over mond en neus krijgen, gaan ze wat dieper ademen of ze draaien het gezichtje opzij. Ook een volwassene kan het masker wat onprettig vinden. Maar baby en volwassene kunnen er aan wennen. Daarna gaat het zonder na te denken.
Het zwaarder ademen geeft een gevoel die sporters kennen en gewoon vinden: bij flinke inspanning merk je sneller en dieper te ademen met nahijgen direct erna. Het ademtekort bij inspanning wordt niet benauwdheid genoemd; maar het is dezelfde luchthonger.
Wie het masker goed draagt, krijgt geen tekort aan zuurstof; er komt genoeg binnen. Wie rondloopt of zich inspant (bv de trap op loopt) zal automatisch - een minuutje - wat dieper ademen. Dat is normaal, en het masker verandert dat niet, wel vergroot de ademweerstand iets. Dit wordt niet ‘benauwd’ genoemd. (090222)

Gemarkeerd als spam
Geschreven door
Anwoord op 13 september 2021 14:43
Voeg commentaar toe

Verzend je antwoord

Attach YouTube/Vimeo clip putting the URL in brackets: [https://youtu.be/Zkdf3kaso]